25 cent, kwartje

Kwartje - 25 centsWaar in de provinciale tijd wel een munt van 5 stuivers (5S) bestond, werd na de invoering van het decimale stelsel onder Willem I een munt van 25 cent ofwel “kwartje” geslagen. Dit kwartje woog 4,2 gram, was 21 mm in doorsnede en geslagen in 57% zilver. Onder Willem II werd het muntstuk 3,6 gram, 19 mm in doorsnede en van 64% zilver. Vanaf Wilhelmina 1948 is het muntstuk gemaakt van nikkel. Op de muntjes van de overzeese gebiedsdelen was de opdruk geen 25 cents of 25 C., maar 1/4 G.

Waarde

Uit bovenstaande gehaltes en gewicht, blijkt dat een zilveren kwartje maximaal 2,4 gram fijnzilver bevatte. Op basis van een zilverprijs van € 0,46 per gram is de zilverwaarde van een kwartje maximaal € 1,11.

De verzamelwaarde is (met uitzondering van de jaren 1939-1941) een stuk hoger dan de zilverwaarde en hangt af van de kwaliteit en de schaarste van de specifieke munt. Een zilveren kwartje van Wilhemina is bij de munthandelaar al vanaf enkele euro’s te verkrijgen. Een kwartje uit een schaarse oplage (bv. 1898) kost € 150,- tot € 1250,-.

Een kwartje uit de periode van Willem III kan bij munthandelaren in de lagere kwaliteiten al honderd á tweehonderd euro kosten, oplopend tot 25.000 euro voor het schaarse jaar 1853. De kwartjes van Willem II zijn alleen geslagen in 1848 en 1849, maar niet heel schaars. Die van Willem I variëren in schaarste en kosten bij een handelaar al snel tientallen tot honderden euro’s.

Kwartje 1818 - Opbrengst 37.000 euroEind 2011 werd voor het kwartje van de foto hiernaast maar liefst 37.000 euro betaald op de MPO veiling te IJsselstein. Deze munt is met gepolijste stempels geslagen, heeft haarscherpe details en is één van de zeldzaamste munten van het Koningkrijk der Nederlanden.

[bronnen*: Krause, NVMH almanak, MPO catalogus]