50 cent, halve gulden, tien stuiver

Halve guldenIn de provinciale tijd was de munt van tien stuiver (X St.) of een halve gulden (1/2 Gl.) bijna drie centimeter groot, ruim 5 gram zwaar en van een hoog zilvergehalte (91 tot 93%).

Onder Lodewijk Napoleon was de munt van hetzelfde gehalte en ongeveer net zo zwaar, maar iets kleiner (24 mm).

Onder Willem I werd de munt 5,4 gram uit 89% zilver. Vanaf Willem II werd de munt 5 gram, 22 mm in doorsnede en geslagen in 94,5% zilver. Onder Wilhelmina werd vanaf 1921 het zilvergehalte verlaagd naar 72%. De laatste halve gulden dateert uit 1930.

Waarde

Uit bovenstaande gehaltes en gewicht, blijkt dat een zilveren halve gulden tot en met jaartal 1919 maximaal 4,8 gram fijnzilver bevat. Op basis van een zilverprijs van € 0,46 per gram is de zilverwaarde van zo’n halve gulden maximaal € 2,21, maar de verzamelwaarde is hoger. De halve guldens vanaf 1921 bevatten 3,6 gram fijnzilver en hebben daarmee een zilverwaarde van € 1,66.

De verzamelwaarde van de halve guldens tot en met 1919 is een stuk hoger dan de zilverwaarde, afhankelijk van de kwaliteit en de schaarste van de specifieke munt. Willem III t/m Wilhelmina 1919 is bij munthandelaren te koop vanaf 10 á 15 euro tot enkele honderden euro’s. De halve guldens van Willem III uit 1850 en 1853 zijn zeer schaars en dus zeer kostbaar.

De halve guldens van Willem II zijn geslagen in 1846-1848, waarbij van 1846 slechts enkele proefstukken bekend zijn. 1847 en 1848 zijn bij handelaren verkrijgbaar vanaf enkele tientjes tot een paar honderd euro. De halve guldens van Willem I variëren in schaarste, maar kosten bij een handelaar al snel een paar honderd tot een paar duizend euro.
Van het 10 stuiverstuk van Lodewijk Napoleon is de oplage onbekend. De cataloguswaarde varieert van 900 tot 6500 euro.

[bronnen*: Krause, NVMH almanak, Schulman]